Wat heb jij nodig?
In mijn allereerste “echte baan” voerde ik een sollicitatiegesprek met mijn manager. Ik gaf antwoord op haar vragen door eerlijk en oprecht te vertellen hoe ik dingen zag, waarom ik wat deed en hoe het voor mij werkte. Geen sociaal wenselijke antwoorden dus! Aan het einde van het prettige gesprek zei ze dat ik was aangenomen en dat ik aan de slag kon.
In het volgende gesprek vroeg ze mij zie je de stoel waarop ik zit? Ja. Zie je de stoelpoten? Ja. Mooi tot daar kan je gaan. Als je bij de poten bent aanbeland over een tijd dan hebben we een goed gesprek over of ik moet gaan of jij. Tot die tijd veel succes.
Dit mag voor sommigen een rare opmerking zijn maar mij gaf deze opmerking ruimte. Ik wist dat ik nog veel te leren had maar ik kreeg alle ruimte om mij te ontwikkelen tot aan die stoelpoten dus.
Hoe anders was in een andere opdracht. Een opdracht waar ik niet de ruimte kreeg maar telkens in de structuren, systemen en processen werd ‘geduwd’. Waar geen ruimte was om er boven te hangen. Waar ik vaak als antwoord op een vraag de ‘blauwe kaart’ moest spelen. “Nee, kan ik je niet mee helpen moet je de administratie mailen”. “Nee, ik kan het niet zelf accorderen in het systeem, dan moet je bij x zijn.”
Horendol werd ik ervan en dat niet alleen het kostte mij heel veel energie. Ik liep er echt op leeg. Om mijn energie proberen op peil te houden ga ik dan allemaal nieuwe boeken lezen. Ik denk dat er nu zo’n 14 boeken op mijn leesstapel liggen….
Vorige week waren we met vrienden uit eten en mijn vriendin vertelde dat ze op haar school ook last had van de dwingende structuren. Vooral van haar duo-collega die haar telkens wees op de afspraken die ze gemaakt hadden.
Mijn vriendin is iemand die naar de kinderen kijkt in de klas en kijkt wat er nodig is. Die nieuwe dingen bedenkt. Haar collega was daar niet van gediend. Het moest gaan zoals het altijd ging (paars).
Mijn vriendin gaf een voorbeeld, de afspraak was dat bij een bepaalde opdracht er één stapel op de instructietafel ligt. Zij wilde de kinderen uitdagen en had vier stapels op de instructietafe gelegd. Haar collega keek in de pauze door het raam en zei: Wat is het een chaos! Nou dat viel wel mee volgens onze vriendin, ze had toch 4 nette stapels gemaakt.
Tijdens het etentje probeerde ik haar uit te leggen dat blauw geel vaak chaotisch vindt en soms zelfs bedreigend. Juist omdat geel zo slecht in structuren past. Haar collega keek vanuit haar blauwe (en paarse maar dat is een ander verhaal) naar geel.
Mijn vriendin keek vanuit haar gele bril naar blauw: Geel vindt blauw vaak star en denkend vanuit het bestaande in plaats van een visie en de toekomst.
Ook mijn vriendin had weinig energie en begon aan zichzelf te twijfelen. Sinds ze weet dat ze nog maar een paar weken met deze duo-collega heeft te werken, doet ze haar eigen ding weer. En heeft ze weer meer energie. Met de klas was ze vorige week naar buiten gegaan om in een Ren je Rot spelletje kinderen de –ou- en de –au- te leren. Ze lichtte helemaal op toen ze dat vertelde.
Wees jezelf ervan bewust waar je energie van krijgt maar vooral ook wat je energie kost. Twijfel niet aan jezelf, dit is namelijk je kracht en wat je drijft. Verlies dat niet!
Wil jij weten wat je energie geeft of kost? Maak dan een afspraak zodat ik jouw Management Drives profiel voor je kan maken.





